Chili con carne

Vroeger hield ik echt totaal niet van bonen en in alle eerlijkheid ben ik nog steeds niet de allergrootste fan. Mijn moeder (keukenprinses, nee keukenkoningin!) is dol op witte bonen in tomatensaus en dat kregen we dan ook regelmatig voorgeschoteld. Die melige boonsoorten vind ik dan ook echt niet te pruimen. Mijn chili con carne is daarom wel met bonen (dat kan niet anders natuurlijk), maar is geen melange van allerlei obscure soorten. Mijn chili is met kidneybonen, meer niet. Maar mocht je ervan houden, dan kun je natuurlijk gewoon een boonsoortje extra meemixen in het geheel, geen probleem.

Deze chili con carne is echter verrukkelijk, óók als je NIET van bonen houdt. De reden dat ik chili maak, los van de smaak, is omdat het gezond en makkelijk is. Bovendien vult het als een malle. Krachtvoer dus! Volgens de bronnen waren de mannen uit het Amerikaanse leger de eersten die dit maaltje verorberden om goed gevuld weer ten aanval te gaan. Het recept komt dan ook niet uit Zuid- of Midden-Amerika zoals velen denken, maar uit Texas, zo rond de grens met Mexico. 

Veel mensen die ik ken eten chili met rijst of met stokbrood, vaak met een dot crème fraîche erbij of met geraspte kaas eroverheen. Dat kan allemaal en als je dat lekker vindt dan moet je dat ook zeker gebruiken. Ik eet de chili echter zo, zonder bijgerechten of toppings, gewoon uit een kom. De restjes neem ik de volgende dag mee in een bakje naar de bieb voor lunch. Koud is de chili namelijk ook heel lekker! 


Ingrediënten voor 2 personen

  • 250 gram rundergehakt
  • 400 gram tomatenblokjes uit blik
  • 1 blikje tomatenpuree
  • 1 verse tomaat
  • een halve rode paprika
  • 1 klein blikje mais
  • 1 klein blikje kidneybonen (150 gram)
  • 2 sjalotjes
  • 1 teentje knoflook
  • 1 rode peper
  • 1 wortel
  • 1 flinke theelepel djinten (komijnzaad)
  • 1 kaneelstokje
  • 1 laurierblad
  • 1 eetlepel olijfolie

Schil de wortel en snijd hem in kleine blokjes. Snipper de ui en hak de knoflook fijn. Snijd het pepertje in de lengte open en verwijder de zaadjes. Hak het pepertje daarna ook zo klein mogelijk. Was daarna goed je handen, want als je per ongeluk even in je oog wrijft of in je neus peutert (viespeuk!) branden deze weg door de resten van het pepertje aan je handen. Verhit een eetlepel olijfolie in een hapjespan en fruit hierin de ui en de wortel een paar minuten. Voeg dan de knoflook en het pepertje toe en bak deze een minuut of twee mee. Blus het geheel een af met een paar eetlepels water, zodat de groenten een beetje stoven. Niet teveel! Voeg dan het gehakt en de theelepel djinten toe en bak deze tot het gehakt goed gekleurd is. Snijd de tomaat in blokjes en voeg deze toe met het blik tomatenblokjes en de tomatenpuree. Deze laatste mag je uit het blikje lepelen en het is niet erg als je het blikje niet leeg kunt krijgen. Ik krijg er meestal 1,5 lepel uit ongeveer. Roer goed door en laat een paar minuten pruttelen. Voeg dan het kaneelstokje en het laurierblad toe. Zet het vuur laag en laat 30 minuten stoven met een deksel op de pan. Roer af en toe goed door. Laat de bonen uitlekken en voeg deze toe. Doe hetzelfde met de mais en laat het geheel nog een minuut of tien koken. Vis vervolgens het kaneelstokje en het laurierblaadje eruit en dien op. Goed in te vriezen of de volgende dag te eten.

Eet smakelijk!